Fatima, Portugal
 fatima.jpg
 
In de lente van 1916 begonnen de eerste gebeurtenissen in Fatima. Op een regenachtige dag verscheen een engel aan drie herderskinderen, Lucia (de oudste, geboren op 22 maart 1907),
haar neefje Francisco (geboren op 11 juni 1908) en Jacinta (Francisco's zusje, geboren op
11 maart 1910). Ze zagen een vreemd licht uit het Oosten naar hen toe komen. Toen het dichterbij was, zagen ze een jongeman van ca 14 à 15 jaar oud, witter dan sneeuw en transparant als kristal. Ze vonden hem van buitengewone schoonheid. De engel vroeg of ze met hem wilden bidden.

De tweede verschijning van de engel vondt twee maanden later plaats, in de zomer van 1916. Ook nu vroeg de engel weer om samen met hen te bidden en offers te brengen. Ze vroegen hoe ze een offer moesten brengen, en de engel vertelde: "Maak van alles een offer en biedt het God aan als eerherstel voor de zonden van de mensen door wie hij gekwetst is en vraag om bekering van de zondaars". Vanaf die tijd waren de drie herderskinderen daar voortdurend mee bezig.

De derde verschijning was in de herfst van hetzelfde jaar. De engel hield nu een kelk vast en daarboven zweefde een Hostie waarvan enkele druppels bloed in de kelk vielen. De engel leerde hun een nieuw gebed en gaf daarna de hostie aan Lucia en de kelk aan Francisco en Jacinta met de woorden: "Neem en drink van het Lichaam en Bloed van Jezus Christus, verontwaardigd door de ondankbare mensen. Geef eerherstel aan God voor hun misdaden, en vraag om verzoening met God." Daarna verdween de engel weer.
 
 fat_engel.jpg
 De verschijning van de engel aan de herderskinderen.
 
 
 fat_huis1.jpg
 Het huisje waar de herderskinderen Francisco en Jacinta woonden.
 
 
 fat_huis2.jpg
 De kamer waar Francisco is gestorven.
 
 
Op 13 mei 1917 gingen de drie kinderen na de H. Mis met hun kudde naar een weide in een dichtbij gelegen dal. Plotseling zagen ze een bliksemflits en besloten dat het beter was om naar huis terug te gaan. Ze snelden de helling af naar een weggetje, maar halverwege bij een eik, zagen ze een dame geheel in het wit gekleed. Ze vroegen waar de dame vandaan kwam. En deze antwoorde: "Uit de Hemel". Lucia vroeg wat ze van hun wilde? De dame vroeg hun of ze de komende zes maanden, elke keer op de dertiende daar aanwezig wilden zijn, op dezelfde tijd. Verder vroeg ze nog of ze zichzelf aan God wilden offeren en het lijden dat hij hun gaf op zich wilden nemen. "Ja, dat willen we" antwoorde Lucia hierop plechtig. Onze Lieve Vrouw vroeg of ze elke dag de rozenkrans wilden bidden voor vrede in de wereld en een einde aan de oorlog.

13 juni kwam Onze Lieve Vrouw terug. Ze beloofde Francisco en Jacinta spoedig mee te nemen naar de hemel.  Tegen Lucia vertelde ze dat ze langer moest blijven, want Jezus wou via haar aan de wereld bekend maken dat Maria verschenen is opdat ze bemind zou worden.

13 juli. Ook deze keer was de boodschap dat ze elke dag de rozenkrans moesten bidden voor vrede en een eind aan de oorlog. Opdat door het bidden, zondaren zich zouden bekeren en eerherstel gebracht zou worden aan het onbevlekte Hart van Maria. Ze vertelde ook dat in oktober een groot wonder zou gebeuren. Daarna liet ze de kinderen een visioen van de hel zien. Met daarin de zielen van de demonen en de verdoemde zondaars. En ze vroeg om ze te redden door de hele wereld aan haar Onbevlekt Hart toe te wijden.
 
 
 fat_kapel1.jpg
 Op de verschijningsplaats staat nu een kapel.
 
 
Op 13 augustus konden de kinderen niet op de verschijningsplaats aanwezig zijn. De lokale magistraten maakten dit onmogelijk omdat ze de kinderen niet wilden geloven. Ondanks dreigementen dat ze in de kokende olie zouden worden gestopt, hielden de kinderen vol dat de verschijningen echt waren. Teleurgesteld omdat ze niet op de afgesporken plaats waren geweest gingen de kinderen met hun kudde naar een kleine helling. Plotseling vescheen Onze Lieve Vrouw en vroeg hun om een kapel op de verschijningsplaats te bouwen. Ook vroeg ze om veel, heel veel, te bidden en offers te brengen voor de zondaars, want zovele zielen gaan naar de hel. Vanaf dit moment dachten de kinderen aan niets anders.

13 september. Ondanks dat de overheden probeerden deze 'farce' te stoppen stroomden er toch 25.000 mensen bijeen. Onze Lieve Vrouw bevestigde nogmaals het komende wonder en vroeg weer voor een voortdurend bidden om een einde aan de oorlog te bekomen.

13 oktober 1917. Die dag waren er zo'n 70.000 mensen bijeen van allerlei slag. Iedereen was nat van de regen. Toen Maria verscheen vroeg ze opnieuw om een kapel te bouwen op die plaats,
ter ere van Onze Lieve Vrouw van de rozenkrans. Toen ze wegging opende ze haar handen en het licht dat uit haar handen scheen reflecteerde in de zon. De zon leek nu op een doffe plak zilver, hij scheen niet fel in de ogen. Kort daarna begon de zon te trillen en ongeloofelijke bewegingen te maken. Hij leek als het ware te 'dansen'. Daarna stopte de bewegingen om vervolgens weer gewoon verder te 'dansen'. Iedereen keek vol angst toe. Plotseling leek het alsof de zon op de aarde zou vallen en velen vielen van schrik op de grond. Eindelijk stopte de zon en stond terug op z'n normale plaats. Al degene die op de grond waren gevallen en doordrenkt van de regen waren plotseling kompleet droog. De verschijningen waren tot een eind gekomen.
 
 
 fat_versch1.jpg
 De plaats van de verschijning op 13 augustus 1917.
 
 
 fat_proc1.jpg
Tijdens de processie op 13 mei (1999) werd het beeld van Onze Lieve Vrouw van de rozenkrans over het plein rondgedragen.
 
 
 fat_plein1.jpg
 Het lege plein voor de basiliek, met rechts de verschijnings kapel.
 
 
 fat_plein2.jpg
 De processie symboliseert het vertrek van Maria op de verschijningsplaats.
 
 
 fat_plein3.jpg
13 mei 1999. Op het plein voor de basiliek kwamen circa een half miljoen mensen bijeen om de H. Mis te vieren ter nagedachtenis aan de verschijningen van 1917.