Start arrow Artikelen GvG arrow Verschijningsplaatsen en Bedevaartsoorden Maria arrow 1876 Onze-Lieve-Vrouw van Genade in Pellevoisin
in de Geest van Gebed
 
 
Main Menu
Start
Algemeen
Rozenkrans gebeden
De Bron van het Geluk
Gebeden bibliotheek
Noveen gebeden
Artikelen GvG
Bedevaart impressies
Kalender
Links
Classic Geest van Gebed
^
User Menu
Forum
Gastenboek
Veelgestelde vragen
Contact
^
Login Form





Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!
^
Wie is Online?
We hebben 2 gasten online
1876 Onze-Lieve-Vrouw van Genade in Pellevoisin PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Johfrael   
Saturday 30 May 2009

Onze-Lieve-Vrouw van Genade in Pellevoisin

Mariaverschijning van 14 februari 1876 t/m 8 December 1876
Pellevoisin, Frankrijk
Aan Estelle Faguette

Officiële site: http://www.pellevoisin.net/ (Franstalig)
Notre-Dame de miséricorde (Onze-Lieve-Vrouw van Genade)

Locatie: 

Pellevoisin is een gemeente in het Franse departement Indre (regio Centre). De plaats maakt deel uit van het arrondissement Châteauroux.


Achtergrond

Estelle Faguette, geboren op 12 september 1843, in Saint-Memmie, nabij Chalons-sur-Marne, dochter van een failliete aannemer, is 18de december 1875 stervende aan tuberculose in longen en in haar beendergestel, acute peritonitis (buikvliesonsteking), een abdominale tumor en verlamd. Ze zal het heilig oliesel toegedient krijgen en bereid zich voor op haar sterven, ze kan zich echter niet erbij neerleggen en is bang om haar ouders en nichtje onverzorgd achter te moeten laten. Na de Heilige Communie te hebben ontvangen zegt ze echter: ‘Mijn God, U weet beter dan ik wat goed voor mij is, doe wat U behaagt; alleen geef, dat ik mijn offer edelmoedig breng’. Ze geeft zich helemaal over aan haar lot en de wil van God na de laatste sacramenten te hebben ontvangen met de woorden: ‘Mijn offer is gebracht, ik vraag niets meer’. Ze was daarna zo verzwakt dat ze niet langer kon bidden.
Deze situatie duurde tot 20 januari 1876. Dan wordt Estelle overgebracht naar het huis in Pellevoisin.
Op 10 februari verklaard dokter Bernard uit het naburige Buzançais dat ze niet lang meer zal leven, ze blijft echter in leven, 4 dagen later komt de plaatselijke dokter Hubert en onderzoekt haar fysiek en kijkt naar haar ogen omdat ze niets meer kan zien, hij verteld tegen de Moeder Overste dat ze nog maar een paar uur te leven heeft.


De eerste verschijning

Die nacht van maandag 14 op dinsdag 15 februari verschijnt plotseling aan haar voeteinde van haar bed de duivel. Estelle was erg geschrokken maar onmiddellijk verscheen aan de andere kant ook de Heilige Maagd, de duivel deinsde terug. De Heilige Maagd vroeg hem: ‘Wat doe jij daar? Zie je niet dat zij mijn teken en dat van mijn Zoon draagt?’ Daarop verdween de duivel. De Heilige Maagd richtte zich met zachte stem tot Estelle: ‘Vrees niet, je weet toch dat je mijn dochter bent’. Estelle herinnerde zichzelf dat ze zich op 14-jarige leeftijd had toegewijd met het kindschap van Maria. ‘wees dapper en geduldig mijn Zoon zal zich over je ontfermen, je lijden zal nog vijf dagen voortduren ter ere van de vijf Heilige Wonden van mijn Zoon. Zaterdag zul je ofwel sterven of genezen. Als mijn Zoon je het leven gunt verlang ik dat je mijn glorie verkondigt.’ Estelle is zo verrast dat ze direct vraagt: ‘Maar hoe moet ik dat doen? Ik ben niemand. Ik zou niet weten wat ik kan doen’ Daarop zag ze tussen haar de de H. Maagd een marmeren plakaat welke ze herkende als een ex-voto. Ze zei tot Haar, ‘Maar mijn goede Moeder, waar moet die geplaatst worden? Is het bij Onze Lieve Vrouw van Overwinning in Parijs of in Pellevoisin?’ Ze aantwoorde haar, ‘De Onze Lieve Vrouw van Overwinning heeft voldoende tekenen van mijn macht, daarentegen is er niets in Pellevoisin. Zij hebben een stimulans nodig.’ Ze bleef weer een tijdje zonder te spreken. Estelle beefde van de opwinding en toch was ze gelukkig. Ze beloofde te doen wat ze kon ter ere van Haar glorie. Ze zei opnieuw, ‘Houd moed, maar ik verlang dat je jouw belofte houdt.’ Daarna verdween alles.


De tweede verschijning

De nacht van dinsdag de 15de op woensdag de 16de februari 1876

De tweede nacht zag ze de duivel opnieuw en weer was ze bang. Hij stond iets verder weg. De Heilige Maagd verscheen bijna op hetzelfde moment en zei tegen haar, ‘Wees niet bevreesd, Ik ben hier. Deze keer heeft mijn Zoon mededogen. Hij laat je leven. Je zal zaterdag genezen.’ Daarop antwoorde Estelle, ‘Maar mijn goede Moeder, als ik de keus had dan zou ik liever nu sterven, terwijl ik er nog op voorbereid ben.’ Dan zei de Heilige Maagd glimlachend tot haar, ‘Ondankbare meid, als mijn Zoon je je leven gunt, is het omdat je het nodig hebt. Wat is er kostbaarder dat Hij kan geven aan een mens dan het leven? Denk echter niet, dat terwijl Hij je je leven gunt, dat je het lijden bespaard blijft. Nee, je zal lijden en er zal je geen pijn bespaard blijven. Dat is wat het leven verdienstelijk maakt. Als mijn Zoon ergens door ontroerd is geraakt is het wel door jouw vermogen tot berusting en geduld. Verlies toch niet de vrucht van je keuze. Heb ik je niet verteld, Als Hij je het leven gunt, zal jij mijn glorie verkondigen?’ De witte marmeren tegel was daar en aan de zijkant van ongeveer dezelfde dikte een stapel van wit satijn papier. Dat vormde een behoorlijke hoeveelheid. Ze probeerde een paar bladen op te tillen maar dat was onmogelijk.
De Heilige Maagd bekeek haar nog steeds glimlachend. Ze zei tegen Estelle, ‘Nu laat ons naar het verleden kijken’ Haar gezicht vertoonde een lichte droefheid maar behield de vriendelijke uitdrukking. Op dat moment liet de Heilige Maagd aan Estelle haar zonden uit het verleden zien, hoewel dit in haar ogen lichte fouten waren, was Estelle beschaamd en de reprimande die ze kreeg waren volgens haar welverdiend, ze zou wel om vergiffenis hebben willen schreeuwen maar kon dat niet, haar verdriet was te groot, ze werd er volledig door overweldigd. De Heilige Maagd verdween zonder een verder woord, haar in droefheid achterlatend.


De derde verschijning

De nacht van woensdag de 16de op donderdag de 17de Februari 1876
De derde en vierde nacht zag ze de duivel weer. Hij bevond zich zo ver weg dat ze nauwelijks zijn gebaren kon onderscheiden. De derde nacht zei de Heilige Maagd tot haar, ‘Laten we moedig zijn mijn kind.’ Echter de verwijten van de vorige nacht kwamen in haar op en ze beefde van angst. Ze vermaande haar opnieuw maar met zoveel tederheid dat ze gerustgesteld werd. Ze vertelde haar, ‘Dit alles is verleden tijd, door je onderwerping heb je je zonden goedgemaakt.’ Ze toonde enkel goede daden welke ze had verricht echter die wogen niet op tegen de fouten. De Heilige maagd zag deze ontreddering, want ze zei,  ‘Ik ben barmhartig en de gewetensvolle pleitbezorgster bij mijn Zoon, die kleine goede daden en fervente gebeden die je aan me hebt gericht hebben mijn moederlijk hart vertederd, zoals dat briefje wat je in september aan me hebt geschreven. Wat mij het meest getroffen heeft is die ene zin: Zie toch de misere van mijn ouders als ik er niet meer zou zijn voor hen. Ze zouden moeten bedelen voor hun dagelijks brood. Herinner U daarom het leed, toen uw Zoon op het kruis uitgestrekt werd. Ik toonde deze brief aan mijn Zoon. Je ouders hebben je nodig. Wees hier trouw aan in de toekomst. Verspil geen genaden welke aan je worden verleend en verkondig mijn glorie.   


De vierde verschijning

De nacht van donderdag de 17de op vrijdag de 18de Februari 1876

Estelle schrijft: De vierde nacht was bijna hetzelfde als de andere nachten. Elke nacht zag ik opnieuw wat ze me bij de vorige gelegenheden had verteld. Die nacht leek het me dat ze minder lang bleef. Ik wou haar om genaden vragen maar kwam er niet toe. Mijn gedachten tuimelden over elkaar. Ik zag in mijn geest welke woorde de Heilige Maagd voor me herhaald had, ‘Wees onbevreesd mijn dochter. Mijn Zoon was geroerd door jouw onderworpenheid.’
De berispingen voor haar zonden, de genade toen Maria haar vertelde; ‘Ik ben barmhartig en de gewetensvolle pleitbezorgster bij mijn Zoon.’ De woorden ‘Houdt moed en geduld, je zult veel lijden, er zal je geen pijn bespaard worden. Probeer gelovig te zijn. Ik wil dat je mijn Heerlijkheid verkondigd.’  Dit alles en alle andere dingen waren zo snel gebeurd. Ze kan het niet verklaren hoe, maar toch hoorde en zag ze alles zeer duidelijk. Hoe is het mogelijk dat terwijl de Heilige Maagd er was, zij die zo goed en zachtaardig is, ze totaal niet in staat was om ook maar iets van haar te vragen? Ze ging weg zoals de andere nachten, aan Estelle herhalend, ‘Jij zal mijn heerlijkheid verkondigen. Ze probeerde opnieuw te vragen, ‘Hoe moet ik doen, er is zo weinig tijd.” Terwijl ze vertrok antwoorde zij, ‘Doe uw uiterste best, toon je inzet.’

 

 

De vijfde verschijning

De nacht van vrijdag de 18de op zaterdag de 19de Februari 1876

De vijfde nacht, van vrijdag op zaterdag, was zeker niet het zelfde. De Heilige Maagd bleef niet bij het voeteinde van m’n bed. Ze kwam tot het midden van de grodijnen van het bed. ‘Mijn God, zo mooi als ze was’. Verzuchtte Estelle. Ze bleef stilzwijgend en onbeweegelijk staan. Ze was omringd door een lichte nevel. Estelle vraagt zich af ‘Als het een droom is waarom duurt het dan niet voor altijd?’ Na deze stilte bekeek Maria Estelle, ze voelt zich dolgelukkig. Maria glimlacht. Ze herinnerde haar aan de belofte. Ze zag de marmeren plaat echter deze keer niet meer helemaal wit. Op de vier hoeken een gouden rozenknop, iets boven het midden een gouden hart, met een zwaard doorboorden en een kroon van rozen. En er stond het volgende gegraveerd: ‘Ik heb Maria aangeroepen toen mijn ellende het diepst was. Zij heeft voor mij bij haar Zoon, m’n volledige genezing verkregen.’
Ze beloofde haar nogmaals om alles wat in haar vermogen lag te doen voor haar verheerlijking. Maria vertelde haar, ‘Als jij me wenst te dienen, wees eenvoudig en zet je woorden om in daden.’ Ze vroeg aan Maria of ze om haar te dienen ze iets zou moeten veranderen in haar situatie. Ze antwoorde, ‘Onder alle omstandigheden kan men zich het heil verwerven, waar je ook bent, kun je veel goed doen en kan je mijn heerlijkheid verkondigen.’ Dan zei ze bedroefd: ‘Wat mij het meeste verdriet doet is het gebrek aan eerbied voor mijn Zoon in de Heilige Communie, en de wijze van bidden die men heeft terwijl men in gedachten met andere dingen bezig is. Ik zeg dit voor de mensen die beweren vroom te zijn .’ Na deze woorden hernam ze haar glimlachende blik. Estelle vroeg haar of ze direct moest beginnen met door te geven wat ze aan haar verteld had. De Heilige Maagd antwoorde, ‘Jazeker, verkondig mijn heerlijkheid, maar voordat je spreekt moet je wachten op de raad van je biechtvader en geestelijke begeleider. Je zult enorme tegenstand en hindernissen tegenkomen, ze zullen je onrealistisch vinden, als fantast die zich alles verbeeld en voor gek worden verklaard. Besteed geen aandacht aan dat alles. Vertrouw op mij, ik zal je helpen. Estelle bleef onvermoeibaar kijken, haar ogen vast op Maria gevestigd, dan langzaam en stil trok de Heilige Maagd zich terug. Ze had nog nooit zoiets prachtigs gezien. Stukje bij beetje verdween ze. Er bleef niets behalve de lichte nevel die haar omringd had over en uiteindelijk verdween alles.

Op dat moment begon een vreselijk lijden. Haar hart bonsde zo hard dat ze dacht dat het uit haar borst zou barsten. Haar maag en buik veroorzaakten hevige pijnen. Ze had haar rozenkrans in haar linkerhand, en offerde haar lijden op aan God. Na een ogenblik van rust voelde ze zich beter en vroeg ze hoe laat het was, het bleek halfeen te zijn. Ze voelde zich genezen alleen haar rechterarm kon ze nog niet gebruiken, pas na het ontvangen van de Heilige Communie zou dat lukken.

Tegen halfzeven kwam de pastoor en zat ze op de rand van het bed. Ze vertelde de pastoor over haar verschijningen en deze zei: ‘Maak je niet ongerust, na de Heilige Mis breng ik je de Communie en als je dan een kruisteken kan maken met je rechterhand zal ik het geloven.’ Dat was wat er gebeurde, Pater Vernet heeft hierover geschreven dat Estelle het Paasmysterie van dood en verrijzenis heeft beleefd.

Estelle zei: ‘Oh hoeveel gunsten heb ik ontvangen waarvoor ik de Moeder van de Hemel dankbaar moet zijn. Mijn hart zal U nooit toereikend dankbaar kunnen zijn. Maak goed wat ik te kort schiet!’

Op 30 april 1876 werd de ex-voto van Estelle geplaatst in de parcochie kerk met toestemming van het aartsbisdom.

 

De zesde verschijning

Op zaterdag de 1ste juli 1876

Estelle schreef; ‘Het is voor U Oh mijn God, dat ik het bezoek zal beschrijven gisteravond door Uw goddelijke Moeder, ook al ben ik niemand en een zondaar. Laat het voor Haar verheerlijking zijn.’
‘Zo gauw als ik begon te bidden mijn geest zoals altijd richtte zich op het beeld wat ik heb gezien in de maand februari. Onmiddellijk nadat ik een notitieboek had opgepakt om een paar regels te schrijven. Ik wou niet te laat naar bed gaan omdat dit mij verboden was. Het was kwart over tien. Ik zat op mijn knieën voor de schoorsteen toen ik plotseling de Heilige Maagd zag omgeven door een zacht licht, precies zoals ik haar al eerder had gezien, alleen zag ik haar nu helemaal van het hoofd tot de voeten. Wat een schoonheid en vriendelijke voorkomendheid. Haar middelband reikte tot aan de onderzijde van haar kleed. Ze was helemaal in het wit en stond. Haar voeten waren op de hoogte van de vloer, maar de vloer leek lager te liggen. In eerste instantie, zag ik haar armen uitgestrekt en er leken regendruppels te vallen uit haar handen. Ze staarde ergens naar. Dan nam ze het einde van haar gordelband en het op tot borsthoogte, waarbij ze haar handen vouwde. Ze glimlachte. Dan keek ze me aan en zei, ‘Wees kalm mijn kind en heb geduld. Je zal zorgen hebben maar Ik ben hier.’ De middelband welke ze vasthield had ze losgelaten. Het viel vlakbij mij en raakte me zelfs bijna. Ik zei niets. Ik kon niet spreken. Ik was erg gelukkig, dat is alles. De Heilige Maagd bleef iets langer en zei toen tegen me. ‘Houdt moed. Ik zal terugkeren.’ Dan verdween ze, langzaam terugtrekkend, hetzelfde als in februari. Hoe graag had ik u gevolgd, Oh mijn goede Moeder. Maar u zal terugkeren.’

Geschreven door Estelle op de 2de juli in de kerk na haar dankzegging.

 

De zevende verschijning

Op zondag de 2de juli 1876, feest van Maria Visitatie

Sinds ik uw heerlijkheid moet verkondigen Oh mijn goede Moeder, zal ik uit gehoorzaamheid over uw bezoek van deze nacht vertellen.

Ik was om half elf naar bed gegaan. Het was moeilijk voor me omdat de ik de vorige avond om dezelfde tijd de Heilige Maagd had gezien. Ik viel onmiddellijk in een diepe slaap. Dan ontwaakte ik compleet om half twaalf. Ik stond op en kleedde me gedeeltelijk om de tijd te zien. Ik dacht dat ik veel langer had geslapen. Vanwege het tijdstip hoopte ik de Helige Maagd nog voor middernacht te zien. Ik knielde neer en had een halve weesgegroet gebeden. De Heilige Maagd stond voor me. Ik kon het gebed niet afmaken. Ik was zo gelukkig. Ze zag er hetzelfde uit als de dag ervoor, de regendruppels vielen van haar handen en in heel de achtergrond om haar heen was een slinger van rozen. Ze bleef zo enige tijd staan en dan vouwde ze haar handen op haar borst. Haar blik ruste op mij. ‘Je hebt mijn heerlijkheid al verkondigd.’ (Toen vertrouwde ze me iets toe wat ik geheim moet houden.) Ga zo door. Mijn Zoon heeft ook een paar zielen die meer aan hem verbonden zijn. Zijn hart heeft zoveel liefde voor mij dat hij mijn verzoeken niet kan weigeren. Door mij raakt hij de hardvochtigste harten.’ Op dat moment was ze zo wondermooi. Ik was in staat om haar iets te vragen. Het papier wat ik gezien had op de 15de en de 16de februari kwam in m’n gedachten op. ‘Mijn goede Moeder, wat moet ik doen met dat papier?’ ‘Het zal dienen om deze gebeurtenissen te documenteren en te publiceren, zoals verscheidene van mijn diennaren hebben gedaan. Er zal enorm veel tegenspraak zijn. Indien je bang bent hou je kalm.’ Hierna wilde ik nog iets vragen, dat wil zeggen een teken van haar macht. Dit verwarde mij. Ik wist niet goed hoe ik me moest uitdrukken. Nochtans zei ik, ‘ Mijn goede Moeder, alstublieft voor uw heerlijkheid.’ Ze begreep me. Ze lachte heel vriendelijk en antwoorde, ‘Is jouw genezing niet een van de grootste bewijzen van mijn macht? Ik ben in het bijzonder gekomen voor de bekering van de zondaars.’ En terwijl ze sprak, dacht ik aan de verschillende manieren waarop de Heilige Maagd haar heerlijkheid kon uitstorten. ‘We zullen later zien.’ Dan bleef ze weer een goed moment voordat ze zich langzaam terugtrok. De bloemenslinger van rozen bleef achter, daarna scheen het licht langzaam op te lossen. Ik bleef een tijdje op mijn knieën om daarna te gaan liggen. Het was half een. Ik sliep de rest van de nacht lichtjes en het is slechts uit gehoorzaamheid dat ik deze regels schrijf.

 

Alles voor uw glorie, mijn goede Moeder, dank u voor uw gunsten. Dat uw goddelijke Zoon ook geroerd is door de weinige inspanningen die ik heb kunnen doen om uw heerlijkheid te verkondigen. Estelle.

 

De achtste verschijning

Op maandag de 3de juli 1876

Ik heb de Heilige Maagd weer gezien deze nacht. Ze zag er hetzelfde uit als de vorige nacht. Ze verweet me zachtjes zeggende ‘ Ik zou willen dat je rustiger was, Ik heb nog niet besloten wanneer ik terugkeer, niet het tijdstip noch welke dag. Je moet rusten. Ik zal slechts een paar minuten blijven. Op het moment dat ik mijn wens aan haar voor wilde leggen, zei ze glimlachend tot mij ‘Ik kom het feest beëindigen, ze bleef een paar minuten langer voordat ze verdween zoals die andere nachten, het was nog geen middernacht. Geschreven op 4 juli. Estelle.

 

 

De negende verschijning

Op zaterdag de 9de september 1876

Sinds ik uw heerlijkheid moet verkondigen Oh mijn goede Moeder, schrijf ik deze regels enkel om u te behagen.

Al sinds enkele dagen, had ik het verlangen om de kamer waar ik ben genezen, binnen te gaan. Uiteindelijk vandaag de negende september ben ik gegaan. Ik was aan het einde van mijn rozenkransgebed toen de Heilige Maagd arriveerde. Ze zag eruit als de 1ste juli. Ze keek overal rond zonder een woord te zeggen. Dan zei ze tegen me, ‘Je hebt jezelf uitgesloten van mijn bezoek op de 15de augustus. Je was te onrustig. Je aard is helemaal conform het Franse karakter. Ze willen alles kennen voordat ze iets leren en begrijpen alvorens het te weten. Zelfs gisteren zou ik gekomen zijn. Dat heb je dus moeten missen. Ik heb gewacht op jouw blijk van nederigheid en gehoorzaamheid. Op dat ogenblik begreep ik duidelijk dat als ik niet gedwee en braaf was, ik vaker van haar bezoek zou worden uitgesloten. Dan wachtte ze even en zei, ‘Reeds sinds lange tijd zijn mijn Zoon z’n antwoorden beschikbaar. Laat ze bidden.’ Terwijl ze deze woorden zei tilde ze een klein stuk wollen kleed dat ze op haar borst droeg op. Ik had altijd dit stuk kleed gezien zonder te weten wat het was omdat het altijd wit leek te zijn. Toen ze het opgeheven hield zag ik dat het een Heilig Hart Scapulier was. Het omhoog houdend zei ze, ‘Ik houd van deze devotie.’ Ze stopte en ging weer verder, ‘Hiermee zal ik geëerd worden.’

 

Estelle

 

Tiende verschijning

Zondag de 10de september 1876, feest van de heilige naam van Maria.

Op de tiende september kwam de Heilige Maagd om ongeveer dezelfde tijd. Ze zei alleen in het voorbijgaan; Laat ze bidden. Ik zal ze een voorbeeld laten zien.’ Terwijl ze dat zei vouwde ze haar handen samen en toen verdween ze weer. De klok voor de Vespers belde.

 

 

Elfde verschijning

Vrijdag de 15de september 1876. Octaaf van de Geboorte van Christus van de Heilige Maagd. (Maria-Tenhemelopneming)

Op 15 september met toestemming van de vrouw  des huizes, bad ik in mijn kamer. Wat een gelukzaligheid, ik zou daar mijn hele leven hebben kunnen doorbrengen! Ik ging tweemaal maar slechts bij de tweede gelegenheid zag ik de Heilige Maagd. Het was kwart voor drie. Ze zag er hetzelfde uit als altijd. Haar uitgestrekte armen met regedruppelds die van haar handen vielen. Ze bleef zonder te spreken en draaide haar ogen alle kanten op, waarna ze me aansprak over privé-aangelegenheden.
Ze vertelde me Ik zal rekening houden met de inspanningen die je weloverwogen hebt gedaan. Het is niet alleen voor jou maar ook voor de Kerk van Frankrijk dat ik het vraag. Binnen de kerk is niet de rust en kalmte die ik verlang.’ Ze zuchtte en schudde haar hoofd zeggend, ‘Er is iets …’ Ze pauzeerde. Ze vertelde me niet wat er was  maar ik begreep onmiddellijk dat er ergens ongenoegen over was. Dan vervolgde ze langzaam, ‘Laat hen bidden en vertrouwen in mij hebben. Vervolgens zei de Heilige Maagd droevig tot mij (ze huilde niet). Oh Frankrijk, wat heb ik allemaal niet voor haar gedaan! Zo vele waarschuwingen en nog steeds weigert ze te luisteren. Ik kan mijn Zoon niet langer meer weerhouden. Ze scheen behoorlijk ontsteld te zijn, en voegde daar aan toe, ‘Frankrijk zal lijden,’ deze woorden benadrukkend. Dan pauzeerde ze opnieuw en herhaalde, ‘Heb moed en vertrouwen.’ Dan op dat ogenblik dacht ik in mijn hart, ‘Als ik dit vertel, zal waarschijnlijk niemand mij geloven.’ En de Heilige Maagd begreep me want ze antwoorde ‘Ik heb dit vooraf gezegd, helaas voor hen die je niet zullen geloven want ze zullen later de waarheid van mijn woorden moeten erkennen.’ Daarna trok ze zich langzaam terug.

 

Oh mijn goede Moeder, er is nog steeds tijd beschikbaar. Uw woorden van aanmoediging versterken onze liefde en vertrouwen in u. U bent al-barmhartig en onze voorspreekster bij uw Zoon. U heeft mij verteld, ‘De poort naar mijn Zoons schatten staan wijd open.’ Welnu, als het hem tevredenstelt om ons meer aan te sporen en ons te straffen aangezien we dit verdienen, zullen we minstens de troost hebben van de onuitputtelijke bron die uit zijn goddelijk Hart stroomt. Die toewijding waarvan u zo houdt mijn lieve Moeder, ik zal er zoveel mogelijk over spreken. Ik ben niets, maar als u het zal toelaten omwille van mijn welwillendheid om u te dienen voor uw heerlijkheid.

Estelle

 

Twaalfde verschijning

Woensdag de 1ste november 1876

Ongeveer 14 dagen ofzo, ondanks al mijn inspanningen, kon ik nergens anders aan denken dan de Heilige Maagd opnieuw te zien. Dan juist op het moment dat ik er alles aan deed om er niet aan te denken, sprong mijn hart bijna uit mijn borst in de hoop dat ik haar weer zou zien. Uiteindelijk, vandaag op de eerste van november, zag ik de Heilige Moeder der Hemelen. Ze stond zoals altijd met haar armen uitgestrekt en de scapulier dragend welke ze me getoond had op de negende september. In het begin zoals altijd staarde ze naar iets wat ik niet kon zien, dan keek ze in de rondte. Ze zei niets tegen me. Dan vestigde ze haar blik op mij, mij met vriendelijkheid beschouwend, en ze verdween weer.

Als ik u toch kon volgen mijn goede Moeder. Dat is altijd mijn eerste gewaarwording als ik de Heilige Maagd zie. Vandaag, zo gauw als de goed Moeder was verdwenen, op het moment dat ik alles weer in de kamer zag, was alles donker.

Wat een droefheid voelde ik. Mijn God, wat wilt U van me. Ik ben gereed. Doe alles wat U belieft. En voor uw Heilige moeder zij die zo goed en barmhartig is, wat wil ze toch van mij, een arm schepsel? Spreek toch Oh allerheiligste Moeder. Ik hernieuw mijn gemaakte beloften. Ik zal alles doen wat ik kan voor uw heerlijkheid.

Estelle Faguette

 

Dertiende verschijning

Zondag de 5de november 1876

Tegen half drie ’s middags ging ik naar mijn kamer om de rozenkrans te bidden en toen ik daarmee klaar was zag ik de Meest Gezegende Maagd. Ze zag er wonderschoon uit zoals altijd. Dan keek ze me lachend aan en zei, ‘Ik heb jou uitgekozen.’ Oh zo gelukkig als ik toen was. Wat een goedheid in haar blik, en wat een genade! Ze droeg de scapulier. Wat een zuiverheid! Ze stopte een moment en dan nog steeds lachend vervolgde ze. ‘Ik kies de mindere en de zwakken voor mijn heerlijkheid.’ Ze pauzeerde weer en zei tegen me, ‘Houdt moed. De tijd van je beproeving zal spoedig beginnen.’ Dan kruiste ze haar handen op haar borst en vertrok.

 

Alles voor u mijn Moeder. Estelle F.

 

Veertiende verschijning

Zaterdag de 11de november 1876

Gisteren op zaterdag zag ik de Gezegende Maagd weer. Ik was naar mijn kamer gegaan om te bidden, ik voelde hiertoe al verscheidene dagen  de aandrang door iets onbekends. Ik voelde het verlangen reeds om in de ochtend te vertrekken naar Pellevoisin zodat ik meer tijd had, maar God had daar Zijn eigen kijk op. Ik kon pas in de middag vertrekken en kon pas naar mijn kamer gaan tegen tien voor vier. Ik had net mijn rozenkrans beëindigd en zegde een ‘Gedenk Oh Allergenadigste Maagd Maria’ tot onze goede Moeder, toen ze verscheen. Ze was zoals op vorige gelegenheden, haar armen uitgestrekt en droeg haar scapulier. (Hoe mooi was het om te zien duidelijk zichtbaar op haar borst.) Bij aankomst zoals altijd bleef ze een tijdje zonder iets te zeggen, dan keek ze naar me en zei iets wat voor mezelf was bestemd. Dan zei ze tegen me ‘Je hebt je tijd vandaag niet verspild. Je hebt voor me gewerkt. (Ik had een scapulier gemaakt). Ze glimlachte terwijl ze eraan toevoegde. ‘Je moet er veel meer maken.’ Ze wachte een geruime tijd en nadat ze een beetje droevig gestemd was zei ze tegen me, ‘Houdt moed.’ Dan vertrok ze, met haar handen gekruisd op haar borst. Ze verborg haar scapulier volledig.

 

Heb medelijden met me, mijn goede Moeder. Ik ben uw kind. 
Geschreven op 12 november door Estelle

 

Vijftiende verschijning

Vrijdag de 8ste december 1876. Feest van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria.

Het is al verscheiden uren na mijn terugkeer uit Pellevoisin en ik ben nog niet geheel hersteld van mijn emoties. Ik zag de Heilige Maagd en ik zal haar nooit meer hier op aarde zien. Dat is wat ze me vertelde. Niemand is in staat om te begrijpen wat ik voelde. Doch ben ik gereed om alles op te offeren voor de verheerlijking van zij die me overspoeld heeft met zoveel genaden. Haar beloften troosten me. Ze zal dicht bij me zijn. Ik zal haar niet zien maar ze zal tot mijn hart spreken. Oh mijn goede Moeder, geef dat ik uw stem zal gehoorzamen en dat ik nooit van de weg afdwaal welke u voor me gewezen hebt. U hebt me verteld. ‘Ik zal je helpen.’ Ik vertrouw op u. U zal mij niet verlaten. Ik zal daarom voor uw heerlijkheid, in al mijn openhartigheid, uw laatste bezoek beschrijven.

Vandaag na de Hoogmis zag ik de zoete Moeder weer. Ze was nog mooier dan ooit tevoren. Ze had om haar heen een bloemenkrans van rozen, zoals in juli. Bij aankomst, bleef ze allereerst zonder te spreken zoals bij voorafgaande gelegenheden. Dan zei ze tegen me, ‘Mijn kind, herinner je mijn woorden.’ Op dat moment herinnerde ik alles sinds de maand februari en in het bijzonder vooral deze; ‘Je weet heel erg goed dat je mijn dochter bent. Ik ben de allegenadigste voorspreekster bij mijn Zoon.’ Haar treurnis toen ze tegen me zei, ‘Wat mij het meeste verdriet doet is het gebrek aan eerbied voor mijn Zoon in de Heilige Communie, en de wijze van bidden die men heeft terwijl men in gedachten met andere dingen bezig is.’ Dan haar woorden in de maand juli, ‘Zijn hart heeft zoveel liefde voor mij dat hij mijn verzoeken niet kan weigeren. Door mij raakt hij de hardvochtigste harten. Ik ben in het bijzonder gekomen voor de bekering van de zondaars.’ Dan kwamen de woorden van september terug tot mij. ‘De poort naar mijn Zoons schatten staan wijd open. Laat ze bidden.’ En toen ze wijzend op de scapulier zei, ‘Ik houd van deze devotie.’ Die opmerkelijk woorden,  ‘Hiermee zal ik geëerd worden.’ Ik zag opnieuw de aanbevelingen voor de kerk en voor Frankrijk. ‘Ik adviseer kalmte, niet alllen voor jezelf maar ook voor de kerk en voor Frankrijk. Haar woorden van november kwamen terug. ‘Ik heb jou gekozen. Ik kies de mindere en de zwakken voor mijn heerlijkheid.’ Onder al deze woorden herinner ik nog vele andere. Ik zal ze echter geheim houden. Dit alles ging zo snel voorbij. De Gezegende Maagd, nog steeds naar mij kijkend, zei; ‘Herhaal ze regelmatig. Ze zullen je versterken en troosten in je beproevingen. Je zult me niet meer zien.’ Dan begon ik te huilen, ‘Wat zal er van me terechtkomen zonder u, mijn goede Moeder?’ De Gezegende Maagd antwoorde me, ‘Ik zal onzichtbaar zijn, maar dicht bij je.’ Op dat ogenblik zag ik in de verte, aan de linkerzijde een menigte mensen van alle soorten. Ze bedreigden me met boze gebaren. Ik was behoorlijk geschrokken. De Gezegende Maagd lachte en zei tegen mij, ‘Je hebt niets van ze te vrezen. Ik heb jou gekozen om mijn heerlijkheid te verkondigen en om deze devotie te verspreiden. De Heilige Maagd hield haar scapulier met beide handen vast. Ze was zo aanmoedigend dat ik tegen haar zei, ‘Mijn goede Moeder, zou u me deze scapulier willen geven?’ De Heilige Maagd scheen me niet te horen. Lachend, zei ze tegen me ‘Sta op en kus het’ Oh! Dus stond ik vlug op. De Heilige Maagd leunde iets voorover naar me toe en ik kuste het. Het was een moment van verrukking voor me. Dan zei de Heilige Maagd, terwijl ze weer recht ging staan, sprekend over haar scapulier, ‘Je zal naar de Prelaat gaan en je laat hem het patroon zien welke je hebt gemaakt. Vraag hem om je te helpen, zo veel als hij kan, en vertel hem dat niets mij meer zou verblijden dan dat al mijn kinderen dit zouden dragen, en voor hen als een poging tot eerherstel en verzoening voor de beledigingen welke mijn Zoon moet verduren van het Heilige Sacrement van de liefde. Zie de genaden welke ik uitstort over degenen die dit met vertrouwen zullen dragen en die u zullen helpen om dit te verspreiden. Terwijl ze dit zei spreidde ze haar handen. Daaruit viel een overvloedige regen en in elk van de druppels leek het alsof ik de genaden geschreven zag staan zoals ‘godvruchtigheid, redding, vertrouwen, bekering, gezondheid’; in het kort alle soorten genaden, meer of minder krachtig. Dan voegde de Heilige Maagd eraan toe, ‘Deze genaden zijn die van mijn Zoon. Ik verzamel hen in mijn hart. Hij weigert mij niets.’ Dan zei ik, ‘Mijn goede Moeder, wat zou ik op de achterzijde van de scapulier moeten zetten? ‘De Heilige Maagd antwoordde aan me, ‘Ik zal dat voor me houden, jij mag je ideeën voorleggen en de kerk zal beslissen.

 

Ik realiseerde me dat de goede Moeder op het punt stond me te verlaten en ik was erg bedroefd. Ze verrees langzaam, nog steeds naar mij kijkend en zei ‘Heb moed. Al hij uw wensen niet kan vervullen (daarmee doelend op de kerkvorst) en als hij moeilijkheden schept, zal je verder gaan. Wees niet bang. Ik zal je helpen; Ze kwam halverwege de kamer en verdween vlakbij waar mijn bed was.

Mijn God, hoe ontdaan was ik op dat moment! Dank u mijn lieve Moeder. Ik zal niets zonder u doen!

Estelle Faguette

 

Estelle bereikte een leeftijd van 86 jaar en overleed op 23 augustus 1929. Ze is begraven op de begraafplaats van Pellevoisin.

De verschijningen in Pellevoisin zijn volledige erkend door de Heilige Stoel: mei 1894.

 

Bron: http://www.christthekingmaine.com/Pellevoisin.html (english)

Andere links:
http://marypages.com/Pellevoisin.htm
http://www.bedevaartweb.com/pellevoisin.htm
http://nl.wikipedia.org/wiki/Onze-Lieve-Vrouw_van_Genade_in_Pellevoisin
http://www.miraclehunter.com/marian_apparitions/approved_apparitions/pellevoisin/index.html  (english)

Copyright (C)  2009 GvG Johfrael.
Permission is granted to copy, distribute and/or modify this document under the terms of the GNU Free Documentation License, Version 1.3 or any later version published by the Free Software Foundation; with no Invariant Sections, no Front-Cover Texts, and no Back-Cover Texts.
A copy of the license is included in the section entitled "GNU Free Documentation License".
Copyright (c) 2009 GvG Johfrael.
Toestemming wordt verleend tot het kopiëren, verspreiden en/of wijzigen van dit document onder de bepalingen an de GNU Vrije Documentatie Licentie, versie 1.3 of iedere latere versie uitgegeven door de Free Software Foundation; zonder Invariante Secties, zonder Omslagteksten voor de Voorkant en zonder Omslagteksten voor de Achterkant.
Een kopie van de licentie is opgenomen in de sectie getiteld “GNU Vrije Documentatie Licentie”.

 

Laatst bijgewerkt op ( Tuesday 21 July 2009 )
 
< Vorige   Volgende >

© 2017 in de Geest van Gebed
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.