Start arrow Noveen gebeden arrow Noveen gebeden voor speciale intenties arrow Noveen voor de overledenen
in de Geest van Gebed
 
 
Main Menu
Start
Algemeen
Rozenkrans gebeden
De Bron van het Geluk
Gebeden bibliotheek
Noveen gebeden
Artikelen GvG
Bedevaart impressies
Kalender
Links
Classic Geest van Gebed
^
^
Wie is Online?
We hebben 2 gasten online
Noveen voor de overledenen PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Johfrael   
Monday 13 April 2009

Noveen voor de overledenen

Eerste gebed

Talrijk zijn de smarten, die de gezegende zielen lijden; doch een der grootste is de gedachte, dat zijzelven de oorzaak van haar lijden geweest zijn, door de zonden die zij gedurende haar leven bedreven hebben. O Jezus, mijn Zaligmaker, hoe menigmaal heb ik de hel verdiend! Ach, welke pijnen zou ik onderstaan, moest ik thans in de hel liggen, bij de gedachte, dat ik zelf de oorzaak van mijn verdoemenis geweest zou zijn! Ik bedank U voor het geduld, dat Gij ten overstaan van mij gehad hebt.

O mijn God, daar Gij de oneindige goedheid zijt, bemin ik U boven al, en het spijt mij van ganser harte U beledigd te hebben. Ik neem mij vast voor, U nimmer te vergrammen; geef mij de heilige volharding. Heb medelijden met mij, en heb ook medelijden met de gezegende zielen, die in het Vagevuur banden. O Maria, Moeder Gods, sta haar bij door uw machtige gebeden.

Onze Vader, Wees gegroet, Glorie Zij de Vader...

 

Tweede gebed

Een tweede smart welke deze gezegende zielen veel doet lijden, is de herinnering aan de tijd die zij in haar leven verloren hebben, en waarin zij grote verdiensten voor de hemel hadden kunnen verwerven; en de gedachte, dat dit verlies voor altijd onherstelbaar is, aangezien met het leven, ook de tijd van verdiensten voor haar voorbij is.
Hoe zeer ben ik te beklagen, o Heer, ik, die zovele jaren op aarde geleefd heb, zonder iets anders dan eeuwige kastijdingen te verdienen! Ik bedank U voor de tijd die Gij mij nog geeft, om het kwaad dat ik bedreven heb, te herstellen.

O mijn God, daar Gij de oneindige goedheid zijt, bemin ik U boven al, en het spijt mij van ganser harte U beledigd te hebben. Ik neem mij vast voor, U nimmer te vergrammen; geef mij de heilige volharding. Heb medelijden met mij, en heb ook medelijden met de gezegende zielen, die in het Vagevuur banden. O Maria, Moeder Gods, sta haar bij door uw machtige gebeden. 

Onze Vader, Wees gegroet, Glorie Zij de Vader...

 

Derde gebed

Een andere smart, die deze gezegende zielen hevig kwelt, is het afschuwelijk gezicht der zonden die zij te boeten hebben. In het tegenwoordig leven, kennen wij de gehele lelijkheid van de zonde niet; maar in het andere leven wordt dit wel begrepen, en dat is een van de grootste pijnen der zielen in het Vagevuur.

O mijn God, daar Gij de oneindige goedheid zijt, bemin ik U boven al, en het spijt mij van ganser harte U beledigd te hebben. Ik neem mij vast voor, U nimmer te vergrammen; geef mij de heilige volharding. Heb medelijden met mij, en heb ook medelijden met de gezegende zielen, die in het Vagevuur banden. O Maria, Moeder Gods, sta haar bij door uw machtige gebeden.

Onze Vader, Wees gegroet, Glorie Zij de Vader...

 

Vierde gebed

Een der smarten, welke deze geliefde bruiden van Jezus Christus het meest doen lijden, is de gedachte, dat zij, door de zonden van haar leven, misnoegen veroorzaakt hebben aan de God, die zij thans zo teder beminnen.
Men heeft boetelingen ten gevolge van hun droefheid zien sterven, bij de gedachte, dat zij een zo goede Meester vergramd hadden. De zielen in het Vagevuur weten veel beter dan wij, hoezeer God beminnenswaardig is, en zij beminnen Hem uit al haar krachten; ook gevoelen zij, bij het zien der beledigingen, die zij Hem op aarde aangedaan hebben, een smart, die alle andere smart te boven gaat.

O mijn God, daar Gij de oneindige goedheid zijt, bemin ik U boven al, en het spijt mij van ganser harte U beledigd te hebben. Ik neem mij vast voor, U nimmer te vergrammen; geef mij de heilige volharding. Heb medelijden met mij, en heb ook medelijden met de gezegende zielen, die in het Vagevuur banden. O Maria, Moeder Gods, sta haar bij door uw machtige gebeden.

Onze Vader, Wees gegroet, Glorie Zij de Vader...

 

Vijfde gebed

Nog is het een grote smart voor deze bedrukte zielen, in dat vuur te branden, zonder te weten wanneer haar kwellingen eindigen zullen. Zij zijn, weliswaar zeker dat zij eens verlost zullen worden; maar de onwetendheid, waarin zij zich bevinden aangaande het tijdstip van haar verlossing, is voor haar een hevige foltering. Hoe ongelukkig ware ik geweest, o Heer, hadt Gij mij tot de hel verwezen; tot die wrede gevangenis, waar men zeker is, nooit uit te komen.

O mijn God, daar Gij de oneindige goedheid zijt, bemin ik U boven al, en het spijt mij van ganser harte U beledigd te hebben. Ik neem mij vast voor, U nimmer te vergrammen; geef mij de heilige volharding. Heb medelijden met mij, en heb ook medelijden met de gezegende zielen, die in het Vagevuur banden. O Maria, Moeder Gods, sta haar bij door uw machtige gebeden.

Onze Vader, Wees gegroet, Glorie Zij de Vader...

 

Zesde gebed

Worden deze gezegende zielen getroost door de herinnering aan het lijden van Jezus Christus en aan het H. Sakrament des Altaars, omdat zij door dat lijden tot de zaligheid gekomen zijn, en omdat zij niet opgehouden hebben door de heilige Communiën en Missen, grote genaden te verkrijgen, zo worden zij ook in evenredigheid gekweld, door de gedachte, dat zij tegenover deze twee grote weldaden van Jezus’ liefde ondankbaar zijn geweest.

O mijn opperste Goed, Gij zijt ook voor mij gestorven, en dikwijls hebt Gij U aan mij gegeven in de H. Communie; toch heb ik U altijd met ondankbaarheid vergolden!
O mijn God, daar Gij de oneindige goedheid zijt, bemin ik U boven al, en het spijt mij van ganser harte U beledigd te hebben. Ik neem mij vast voor, U nimmer te vergrammen; geef mij de heilige volharding. Heb medelijden met mij, en heb ook medelijden met de gezegende zielen, die in het Vagevuur banden. O Maria, Moeder Gods, sta haar bij door uw machtige gebeden.

Onze Vader, Wees gegroet, Glorie Zij de Vader...

 

Zevende gebed

Wat een smart dezer goede zielen nog vermeerdert, is de herinnering aan al de bijzondere weldaden, die zij van God ontvangen hebben. Hij had haar Christen gemaakt, in de katholieke landen geboren doen worden tot de boetvaardigheid geroepen en vergiffenis harer zonden verkregen. Welnu, al de genaden, doen haar beter haar ondankbaarheid ten opzichte van God kennen.
Maar, o oneindige Goedheid, wie is er meer ondankbaar geweest dan ik? Met hoeveel geduld hebt Gij mij niet afgewacht? Hoe dikwijls en met hoeveel liefde, hebt Gij mij niet vergeten? En, na zoveel beloften, ben ik opnieuw begonnen U te beledigen! Ik smeek U, verwijs mij niet tot de hel; want ik wil U voortaan beminnen, en in die gruwelijke plaats zou ik het niet meer vermogen.

O mijn God, daar Gij de oneindige goedheid zijt, bemin ik U boven al, en het spijt mij van ganser harte U beledigd te hebben. Ik neem mij vast voor, U nimmer te vergrammen; geef mij de heilige volharding. Heb medelijden met mij, en heb ook medelijden met de gezegende zielen, die in het Vagevuur banden. O Maria, Moeder Gods, sta haar bij door uw machtige gebeden.

Onze Vader, Wees gegroet, Glorie Zij de Vader...

 

Achtste gebed

Een andere smart, die deze gezegende zielen hevig kwelt, is het afschuwelijk gezicht der zonden die zij te boeten hebben. In het tegenwoordig leven, kennen wij de gehele lelijkheid van de zonde niet; maar in het andere leven wordt dit wel begrepen, en dat is een van de grootste pijnen der zielen in het Vagevuur.

O mijn God, daar Gij de oneindige goedheid zijt, bemin ik U boven al, en het spijt mij van ganser harte U beledigd te hebben. Ik neem mij vast voor, U nimmer te vergrammen; geef mij de heilige volharding. Heb medelijden met mij, en heb ook medelijden met de gezegende zielen, die in het Vagevuur banden. O Maria, Moeder Gods, sta haar bij door uw machtige gebeden.

Onze Vader, Wees gegroet, Glorie Zij de Vader...

 

Negende gebed

Een der smarten, welke deze geliefde bruiden van Jezus Christus het meest doen lijden, is de gedachte, dat zij, door de zonden van haar leven, misnoegen veroorzaakt hebben aan de God, die zij thans zo teder beminnen.
Men heeft boetelingen ten gevolge van hun droefheid zien sterven, bij de gedachte, dat zij een zo goede Meester vergramd hadden. De zielen in het Vagevuur weten veel beter dan wij, hoezeer God beminnenswaardig is, en zij beminnen Hem uit al haar krachten; ook gevoelen zij, bij het zien der beledigingen, die zij Hem op aarde aangedaan hebben, een smart, die alle andere smart te boven gaat.

O mijn God, daar Gij de oneindige goedheid zijt, bemin ik U boven al, en het spijt mij van ganser harte U beledigd te hebben. Ik neem mij vast voor, U nimmer te vergrammen; geef mij de heilige volharding. Heb medelijden met mij, en heb ook medelijden met de gezegende zielen, die in het Vagevuur banden. O Maria, Moeder Gods, sta haar bij door uw machtige gebeden.

Onze Vader, Wees gegroet, Glorie Zij de Vader...

 

(gemaakt door de H. Alfonsus)

Bron: Isodorusweb

Laatst bijgewerkt op ( Monday 13 April 2009 )
 
Volgende >

© 2018 in de Geest van Gebed
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.