Start arrow Artikelen GvG arrow Over de Rozenkrans arrow The Rosary / De Rozenkrans
in de Geest van Gebed
 
 
Main Menu
Start
Algemeen
Rozenkrans gebeden
De Bron van het Geluk
Gebeden bibliotheek
Noveen gebeden
Artikelen GvG
Bedevaart impressies
Kalender
Links
Classic Geest van Gebed
^
User Menu
Forum
Gastenboek
Veelgestelde vragen
Contact
^
Login Form





Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!
^
Wie is Online?
We hebben 2 gasten online
The Rosary / De Rozenkrans PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Johfrael   
Friday 14 April 2006
Artikel index
The Rosary / De Rozenkrans
Pagina 2

Onderstaand een uitleg over de rozenkrans vertaald vanuit het engels.
(De originele engelse tekst staat onder de vertaling.)

 Image

 

The Rosary / De Rozenkrans

(vertaling vanuit engels naar Nederlands)

http://www.catholic.com/library/rosary.asp

 

Het woord rozenkrans komt vanuit het Latijn en betekend een slingerkrans van rozen, de roos is een van de bloemen welke gebruikt wordt als symbool van de Maagd Maria. Indien je zou vragen welk object het meest symbolisch is voor de Katholieke kerk, zou men waarschijnlijk zeggen "De rozenkrans natuurlijk."  We zijn bekend met de volgende beelden: de stil prevelende lippen van de oude vrouw die de kralen door haar vingers laat glijden. De naar verhouding veel te grote rozenkrans bungelend vanaf de middel bij een oud nonnetje met een kap op. Of meer recentelijk de vrolijk decoratieve rozenkrans welke aan de achteruitkijkspiegel hangt.

Na het tweede vaticaanse concilie verviel de rozenkrans in relatieve onbruik. Hetzelfde kan gezegd worden van de Maria-verering in zijn algemeenheid. Maar in de recente jaren is de rozenkrans weer helemaal terug aan het komen. En niet uitsluitend bij de Katholieken. Vele protestanten bidden nu de rozenkrans, en herkennen het als een wezenlijk bijbelse vorm van bidden, de gebeden komen immers voornamelijk vanuit de bijbel. De rozenkrans is een devotie ter ere van de maagd Maria. Het bestaat uit een aantal specifieke gebeden. Beginnend met de inleidende gebeden: een Geloofsbelijdenis, een Onze Vader (De Pater Noster of Gebed van de Heer), drie Wees Gegroetjes (Ave Maria), een Eer aan de Vader (Gloria Patri).

 

De Geloofsbelijdenis

De Geloofsbelijdenis wordt ook wel het Apostel Credo genoemd, niet omdat het door de apostelen zelf was samengesteld, maar omdat het een expressie van hun onderricht is. De originele vorm van de geloofsbelijdenis werd in gebruik genomen omstreeks 125 na Christus, en de huidige vorm dateert van ongeveer 400. Het gaat als volgt:

Ik geloof in God, de almachtige Vader,
Schepper van hemel en aarde.
En in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze heer,
die ontvangen is van de heilige Geest,
geboren uit de Maagd Maria;
die geleden heeft onder Pontius Pilatus,
is gekruisigd, gestorven en begraven,
die nedergedaald is ter helle,
de derde dag verrezen uit de doden,
die opgestegen is ten hemel,
zit aan de rechterhand van God
de almachtige Vader,
vandaar zal Hij komen oordelen
de levenden en de doden.
Ik geloof in de heilige Geest;
de heilige katholieke kerk,
de gemeenschap van de heiligen;
de vergeving van de zonden;
de verrijzenis van het lichaam;
en het eeuwig leven. Amen.

Traditioneel Protestanten kunnen de geloofsbelijdenis zonder verschillen opzeggen en er elke regel ervan menen, echter moeten ze een andere betekenis geven aan sommige regels dan bij de Katholieken die de geloofsbelijdenis samenstelden.

Ondanks deze verschillen wordt de geloofsbelijdenis door Protestanten zonder weerzin overgenomen, ze zien het als een belichaming van christelijke basis-waarheden volgens hun opvatting.

 

Het Onze Vader

Het volgende gebed van de rozenkrans - het Onze Vader of de pater Noster (van de openingswoorden in het Latijn), ook bekend als het gebed van de Heer - is zelfs nog meer acceptabel voor Protestanten omdat Jezus het zelf aan zijn leerlingen leerde. Het wordt genoemd in de bijbel in twee enigzins verschillende versies (Mat. 6:9-13; Luk. 11:2-4). De versie van Mattheus is degene welke we opzeggen.

 

Het Weesgegroetje

Het volgende gebed van de rozenkrans, en meteen het gebed wat de kern van de devotie vormt, is het Weesgegroetje. Omdat het Weesgegroetje een gebed aan Maria is, wordt door veel Protestanten verondersteld dat het onbijbels is. Maar dit is eigenlijk het tegenovergestelde. Laten we er eens kijken. Het gebed begint zo; "Wees gegroet Maria vol van genaden, de heer is met u." Dit is niets anders dan de woorden waarmee de engel Gabriel Maria begroette in Lukas 1:28. Het volgende stuk gaat als volgt:

"Gij zijt de gezegende onder de vrouwen, en gezegend is Jezus de Vrucht van uw schoot." Dit was exact wat Maria's nicht Elisabeth zei tegen haar in Lukas 1:42. Het enigste wat toegevoegd is aan deze twee verzen zijn de namen van Jezus en Maria om duidelijk te maken over wie het handelt. Dus het eerste gedeelte van het Weesgegroetje is volledig bijbels.

Het tweede stuk van het weesgegroet is niet uit de schriften, maar het is volkomen bijbels in de gedachte waarin het is uitgedrukt. Er staat:

"Heilige Maria, Moeder van God bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen."

Laten we eens kijken naar de eerste woorden. Sommige Protestanten hebben er iets op tegen om te zeggen "Heilige Maria" want ze beweren dat Maria een zondaar was zoals de rest van ons. Maar Maria was een Christen (de eerste Christen, eigenlijk de eerste die Jezus accepteerde; vlgs. Lukas 1:45), en de Bijbel beschrijft Christenen in het algemeen als heilig. Feitelijk worden ze sinten genoemd, wat betekent "de heiligen" (Eph. 1:1, Phil. 1:1, Col. 1:2). Verder als de moeder van Jezus Christus, de Geïncarneerde Tweede Persoon van de Gezegende Drie-eenheid, Maria was zeker een zeer heilige vrouw. Sommige Protestanten verwerpen de titel "Moeder van God", maar volstaat het om te zeggen dat de titel niet betekent dat Maria ouder is dan God; het betekent de persoon die uit haar is geboren was een goddelijk persoon. (Jezus is een persoon, de goddelijke, maar heeft twee naturen die van goddelijk en de menselijke; het is niet correct om te zeggen dat hij een menselijk persoon is.) De ontkenning dat Maria God in haar schot droeg is een ketterij bekend als Nestorianisme (wat beweerd dat Jezus was twee personen, een goddelijke en een menselijke), welke is veroordeeld sinds de vroege vierde eeuw en welke de Gereformeerde en Protestantse Bijbelwetenschappers altijd hebben verworpen.

 

Andere Voorspraak?

De meest problematische regel voor niet-Katholieken is meestal het laatste: "bid voor ons zondaars nu en in het uur van onze dood." Veel niet-Katholieken denken dat zo'n verzoek de leer van 1 Timothëus 2:5 ontkennen "Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus." Maar in de voorgaande vier verzen (1 Timothëus 2:1-4), Geeft Paulus instructies aan Christenen om te bidden voor elkaar, daarmee bedoelend dat er geen tussenkomst is met de voorspraak van Christus: "Ik dring erop aan dat gebeden, petities en dankbetuigingen voor iedereen zijn gemaakt. Dit is goed en naar de wil van God onze Redder."

We weten deze gebeden te bidden voor anderen, verwijst naar de heiligen in de hemel die, zoals men in de bijbel openbaart, voor ons door onze gebeden te offeren aan God: De vierentwintig ouderen vielen neer voor het Lam, elk hield een harp vast en met gouden bokalen vol met wierrook, welk de gebeden zijn van de heiligen.

 

Eer aan de Vader

Het vierde gebed van de rozenkrans is het Eer aan de Vader, soms ook het Gloria of Gloria Patri genoemd. De laatste twee namen zijn genomen ui de openingswoorden van het latijnse versie van het gebed, welk in het  Nederlands is:

"Eer aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Zoals het was in het begin nu en in de eeuwen der eeuwen. Amen." Het Eer aan de Vader is een kleine hymne van lofprijzingen waarin alle Christenen zich kunnen vinden. Het is in gebruik sinds de vierde eeuw (doch de huidige vorm is uit de zevende eeuw) en wordt traditioneel opgezegd na het einde van elke Psalm in de Goddelijke Office.

 

Het afsluitende Gebed

We hebben alle beginnende gebeden van de rozenkrans gehad. Alle behalve de laatste, welke meestal het Wees gegroet Koningin (Save Regina) soms ook wel genoemd Gegroet Heilige Koningin. Het is het meest ... gebed om Maria te prijzen, na het Weesgegroetje zelf, het is samengesteld aan het eind van de elfde eeuw. Het gaat als volgt: (er zijn diverse varianten)

"Wees gegroet Koningin, Moeder van barmhartigheid wees gegroet.........

Dus dat zijn de gebeden van de rozenkrans. Tussen de inleidende gebeden en de sluitgebeden zit het vlees van de rozenkrans: de tientjes. Elk tientje - er zijn vijftien tientjes in een volle rozenkrans (wat ongeveer vijfenveertig minuten kost om op te zeggen)- is samengesteld uit tien Weesgegroetjes. Elk tientje wordt voorafgegaan door een Onze Vader en besloten met een Eer aan de Vader, dus bestaat een tientje eigenlijk uit twaalf gebeden.

Elk tientje neemt men een mysterie (geheim) in overweging uit het leven van Jezus of zijn moeder. Hier refereert het woord mysterie aan de waarheid van het geloof, niet iets ongeloofwaardigs als in de zin, "het is een compleet mysterie voor me!" De vijftien mysteries (geheimen) zijn verdeeld in drie groepen van vijf: De vreugdevolle, De bedroefde geheimen, en de glorievolle geheimen. Wanner mensen zeggen "we doen een rozenhoedje" betekend dit meestal een van de sets van vijf (wat ongeveer vijftien minuten kost) in plaats van alle vijftien geheimen. Laten we eens naar die geheimen kijken.

 

Overwegingen zijn de sleutel

Eerst moeten we begrijpen dat het overwegingen (meditaties) zijn. Wanneer Katholieken de twaalf gebeden opzeggen die een tientje van de rozenkrans vormen, mediteren ze op het geheim dat verbonden is met dat tientje. Indien ze slechts de gebeden opzeggen, of dat nu hardop of stil wordt gedaan, ze missen de essentie van de rozenkans. Het is niet alleen het opzeggen van gebeden, maar een overweging en meditatie van de genade van God. Critici die niet op de hoogte zijn van het meditatiedeel, veronderstellen dat de rozenkrans saai is, nutteloos herhalend, zonder betekenis, en hun kritiek lijkt gerechtvaardigd als je de rozenkrans tot een formule reduceert. Christus verbood herhaling zonder betekenis (Matheus 6:7), maar de Bijbel zelf schrijft sommige gebeden voor die herhaling impliceren. Neem bijvoorbeeld Psalmen 136, welke een litanie is (een gebed met een terugkomend refrein) bedoeld om in de Joodse Tempel te worden gezongen. In de psalm het refrein "Zijn genade duurt tot in eeuwigheid." Soms begint het refrein in Psalmen 136 voordat een zin wordt beëindigd, wat betekent dat het meer repeterend is dan de rozenkrans, hoewel dit gebed direct onder de inspiratie van God werd geschreven.

Het is het mediteren op de geheimen waardoor de rozenkrans zijn blijvende kracht heeft. Dit zijn de vreugdevolle geheimen: de boodschap (Lucas 1:26-38),  het bezoek (Lucas 1:40-56) , de geboorte (Lucas 2:6-20), het opdragen van Jezus in de Tempel (Lucas 2:21-39), het weder vinden van het kind Jezus in de Tempel (Lucas 2:41-51).

Dan volgen de droevige geheimen: De doodstrijd in het hof van Gethsemanië (Matheus 26:36-46), de geseling (Matheus 27:26), de doornenkroon (Matheus 27:29), Het dragen van het kruis (Lucas 23:26-32), en de kruisiging (Lucas 23:33-46).

De laatste zijn de glorieuze geheimen: de wederopstanding (Lucas 24:1-12), de hemelvaart (Lucas 24:50-51), het neerdalen van de Heilige Geest (Handelingen 2:1-4), de ten Hemel opneming van Maria (Openbaringen 12),  en haar kroning in de Hemel (Openbaringen 12:1). Met uitzondering van de laatste twee, is elk geheim uitdrukkelijk uit de Bijbel. Het klopt dat de ten Hemel opneming en de kroning van Maria niet vernoemd wordt in de Bijbel, echter het wordt ook niet bestreden, dus er is geen reden om ze te verwerpen.

Gezien de bijbelse basis van de meeste geheimen, is het geen wonder dat vele Protestanten, zodra zij eenmaal de overwegingen begrijpen die de essentie van de rozenkrans zijn, het zonder problemen opnemen als toewijding. Wij hebben nu de gebeden bekeken welke voorkomen in de rozenkrans en de geheimen waaruit ze werden gevormd. Zie hoe het historisch werd gevormd.

 

Het Geheim van de Paternoster

Er wordt in het algemeen gezegd dat St. Dominic, de stichter van de Orde van Preachers (de Dominicanen), de rozenkrans instelde. Dit is niet zo. Bepaalde delen van de rozenkrans dateerden van voor  Dominic; anderen deden zich slechts na zijn dood voor. De eeuwen voor Dominic, waren monniken begonnen alle 150 psalmen op een regelmatige basis te reciteren. Naarmate de jaren voorbijgingen, was men van mening dat de lekenbroeders, die als bekeerling bekend waren, één of andere eigen vorm van gebed zouden moeten hebben.

Zij verschilden van de koormonniken, en een belangrijkst onderscheid was dat zij ongeletterd waren. Aangezien zij niet de psalmen konden lezen, konden zij niet samen met de monniken reciteren. Zij hadden een gebed nodig wat men zich makkelijk herinnerd. Het eerst gekozen gebed was het Onze Vader, en, afhankelijk van omstandigheden, werd het gezegd of vijftig of honderd keer. Deze bekeerlingen gebruikte rozenkransen om de telling bij te houden, en de rozenkransen werden toen Paternosters ("Onze Vaders") genoemd.

In Engeland was er een gilde van vaklieden die van belang was, de leden welke deze rozenkransen maakten. In Londen kunt u een straat vinden, genoemd Paternoster Row, die herinnert aan het gebied waar deze vaklieden werkten. De rozenkransen werden oorspronkelijk gebruikt om Onze Vaders te tellen. Tijdens de twaalfde eeuw werden Weesgegroetjes gebruikt, of feitelijk de eerste helft van wat wij nu Weesgegroetjes noemen. (De tweede helft werd wat later toegevoegd.)

Zowel Katholieken als niet-katholieken, naarmate men steeds meer leert over de rozenkrans door er frequenter gebruik van te maken, merkten hoe men door de meditaties/overwegingen de zoete geur van niet alleen de Moeder van God maar ook van Christus zelf gaat waarnemen.  

 

Image

De originele engelse tekst

Bron: http://www.catholic.com/library/rosary.asp

 

The Rosary

The word rosary comes from Latin and means a garland of roses, the rose being one of the flowers used to symbolize the Virgin Mary. If you were to ask what object is most emblematic of Catholics, people would probably say, "The rosary, of course." We’re familiar with the images: the silently moving lips of the old woman fingering her beads; the oversized rosary hanging from the waist of the wimpled nun; more recently, the merely decorative rosary hanging from the rearview mirror.

After Vatican II the rosary fell into relative disuse. The same is true for Marian devotions as a whole. But in recent years the rosary has made a comeback, and not just among Catholics. Many Protestants now say the rosary, recognizing it as a truly biblical form of prayer—after all, the prayers that comprise it come mainly from the Bible.

The rosary is a devotion in honor of the Virgin Mary. It consists of a set number of specific prayers. First are the introductory prayers: one Apostles’ Creed (Credo), one Our Father (the Pater Noster or the Lord’s Prayer), three Hail Mary’s (Ave’s), one Glory Be (Gloria Patri).

 

The Apostles’ Creed

The Apostles’ Creed is so called not because it was composed by the apostles themselves, but because it expresses their teachings. The original form of the creed came into use around A.D. 125, and the present form dates from the 400s. It reads this way:

"I believe in God, the Father Almighty, Creator of heaven and earth, and in Jesus Christ, his only Son, our Lord, who was conceived by the Holy Spirit, born of the Virgin Mary, suffered under Pontius Pilate, was crucified, died, and was buried. He descended into hell. The third day he arose again from the dead. He ascended into heaven and is seated at the right hand of the Father. From thence he shall come to judge the living and the dead. I believe in the Holy Spirit, the holy Catholic Church, the communion of saints, the forgiveness of sins, the resurrection of the body, and the life everlasting. Amen."

Traditional Protestants are able to recite the Apostles’ Creed without qualms, meaning every line of it, though to some lines they must give meanings different from those given by Catholics, who composed the creed. For instance, we refer to "the holy Catholic Church," meaning a particular, identifiable Church on earth. Protestants typically re-interpret this to refer to an "invisible church" consisting of all "true believers" in Jesus.

Protestants, when they say the prayer, refer to the (lower-cased) "holy catholic church," using "catholic" merely in the sense of "universal," not implying any connection with the (upper-case) Catholic Church, which is based in Rome. (This is despite the fact that the term "Catholic" was already used to refer to a particular, visible Church by the second century and had already lost its broader meaning of "universal").

Despite these differences Protestants embrace the Apostles’ Creed without reluctance, seeing it as embodying basic Christian truths as they understand them.

 

The Lord’s Prayer

The next prayer in the rosary—Our Father or the Pater Noster (from its opening words in Latin), also known as the Lord’s Prayer—is even more acceptable to Protestants because Jesus himself taught it to his disciples.

It is given in the Bible in two slightly different versions (Matt. 6:9-13; Luke 11:2-4). The one given in Matthew is the one we say. (We won’t reproduce it here. All Christians should have it memorized.)

 

The Hail Mary

The next prayer in the rosary, and the prayer which is really at the center of the devotion, is the Hail Mary. Since the Hail Mary is a prayer to Mary, many Protestants assume it’s unbiblical. Quite the contrary, actually. Let’s look at it.

The prayer begins, "Hail Mary, full of grace, the Lord is with thee." This is nothing other than the greeting the angel Gabriel gave Mary in Luke 1:28 (Confraternity Version). The next part reads this way:

"Blessed art thou among women, and blessed is the fruit of thy womb, Jesus." This was exactly what Mary’s cousin Elizabeth said to her in Luke 1:42. The only thing that has been added to these two verses are the names "Jesus" and "Mary," to make clear who is being referred to. So the first part of the Hail Mary is entirely biblical.

The second part of the Hail Mary is not taken straight from Scripture, but it is entirely biblical in the thoughts it expresses. It reads:

"Holy Mary, Mother of God, pray for us sinners, now and at the hour of our death. Amen."

Let’s look at the first words. Some Protestants do object to saying "Holy Mary" because they claim Mary was a sinner like the rest of us. But Mary was a Christian (the first Christian, actually, the first to accept Jesus; cf. Luke 1:45), and the Bible describes Christians in general as holy. In fact, they are called saints, which means "holy ones" (Eph. 1:1, Phil. 1:1, Col. 1:2). Furthermore, as the mother of Jesus Christ, the Incarnate Second Person of the Blessed Trinity, Mary was certainly a very holy woman.

Some Protestants object to the title "Mother of God," but suffice it to say that the title doesn’t mean Mary is older than God; it means the person who was born of her was a divine person, not a human person. (Jesus is one person, the divine, but has two natures, the divine and the human; it is incorrect to say he is a human person.) The denial that Mary had God in her womb is a heresy known as Nestorianism (which claims that Jesus was two persons, one divine and one human), which has been condemned since the early 400s and which the Reformers and Protestant Bible scholars have always rejected.

 

Another Mediator?

The most problematic line for non-Catholics is usually the last: "pray for us sinners now and at the hour of our death." Many non-Catholics think such a request denies the teaching of 1 Timothy 2:5: "For there is one God, and there is one mediator between God and men, the man Christ Jesus." But in the preceding four verses (1 Tim. 2:1-4), Paul instructs Christians to pray for each other, meaning it cannot interfere with Christ’s mediatorship: "I urge that prayers, supplications, petitions, and thanksgivings be made for everyone. . . . This is good, and pleasing to God our Savior."

We know this exhortation to pray for others applies to the saints in heaven who, as Revelation 5:8 reveals, intercede for us by offering our prayers to God: "The twenty-four elders fell down before the Lamb, each holding a harp, and with golden bowls full of incense, which are the prayers of the saints.

 

The Glory Be

The fourth prayer found in the rosary is the Glory Be, sometimes called the Gloria or Gloria Patri. The last two names are taken from the opening words of the Latin version of the prayer, which in English reads:

"Glory be to the Father, and to the Son, and to the Holy Spirit. As it was in the beginning, is now, and ever shall be, world without end. Amen." The Gloria is a brief hymn of praise in which all Christians can join. It has been used since the fourth century (though its present form is from the seventh) and traditionally has been recited at the end of each Psalm in the Divine Office.

 

The Closing Prayer

We’ve covered the opening prayers of the rosary. In fact, we’ve covered all the prayers of the rosary except the very last one, which is usually the Hail Queen (Salve Regina), sometimes called the Hail Holy Queen. It’s the most commonly recited prayer in praise of Mary, after the Hail Mary itself, and was composed at the end of the eleventh century. It generally reads like this (there are several variants):

"Hail holy Queen, Mother of mercy, our life, our sweetness, and our hope! To thee do we cry, poor banished children of Eve. To thee do we send up our sighs, mourning and weeping in this vale of tears. Turn, then, most gracious advocate, thine eyes of mercy toward us, and after this our exile show unto us the blessed fruit of thy womb, Jesus. O clement, O loving, O sweet Virgin Mary."

So those are the prayers of the rosary. Between the introductory prayers and the concluding prayer is the meat of the rosary: the decades. Each decade—there are fifteen in a full rosary (which takes about forty-five minutes to say)—is composed of ten Hail Marys. Each decade is bracketed between an Our Father and a Glory Be, so each decade actually has twelve prayers.

Each decade is devoted to a mystery regarding the life of Jesus or his mother. Here the word mystery refers to a truth of the faith, not to something incomprehensible, as in the line, "It’s a mystery to me!" The fifteen mysteries are divided into three groups of five: the Joyful, the Sorrowful, the Glorious. When people speak of "saying the rosary" they usually mean saying any set of five (which takes about fifteen minutes) rather than the recitation of all fifteen mysteries. Let’s look at the mysteries.

 

Meditation the Key

First we must understand that they are meditations. When Catholics recite the twelve prayers that form a decade of the rosary, they meditate on the mystery associated with that decade. If they merely recite the prayers, whether vocally or silently, they’re missing the essence of the rosary. It isn’t just a recitation of prayers, but a meditation on the grace of God. Critics, not knowing about the meditation part, imagine the rosary must be boring, uselessly repetitious, meaningless, and their criticism carries weight if you reduce the rosary to a formula. Christ forbade meaningless repetition (Matt. 6:7), but the Bible itself prescribes some prayers that involve repetition. Look at Psalms 136, which is a litany (a prayer with a recurring refrain) meant to be sung in the Jewish Temple. In the psalm the refrain is "His mercy endures forever." Sometimes in Psalms 136 the refrain starts before a sentence is finished, meaning it is more repetitious than the rosary, though this prayer was written directly under the inspiration of God.

It is the meditation on the mysteries that gives the rosary its staying power. The Joyful Mysteries are these: the Annunciation (Luke 1:26-38), the Visitation (Luke 1:40-56), the Nativity (Luke 2:6-20), the Presentation of Jesus in the Temple (Luke 2:21-39), and the Finding of the child Jesus in the Temple (Luke 2:41-51).

Then come the Sorrowful Mysteries: the Agony in the Garden (Matt. 26:36-46), the Scourging (Matt. 27:26), the Crowing with Thorns (Matt. 27:29), the Carrying of the Cross (Luke 23:26-32), and the Crucifixion (Luke 23:33-46).

The final Mysteries are the Glorious: the Resurrection (Luke 24:1-12), the Ascension (Luke 24:50-51), the Descent of the Holy Spirit (Acts 2:1-4), the Assumption of Mary into heaven (Rev. 12), and her Coronation (cf. Rev. 12:1).

With the exception of the last two, each mystery is explicitly scriptural. True, the Assumption and Coronation of Mary are not explicitly stated in the Bible, but they are not contrary to it, so there is no reason to reject them out of hand. Given the scriptural basis of most of the mysteries, it’s little wonder that many Protestants, once they understand the meditations that are the essence of the rosary, happily take it up as a devotion. We’ve looked at the prayers found in the rosary and the mysteries around which it is formed. Now let’s see how it was formed historically.

 

The Secret of Paternoster Row

It’s commonly said that St. Dominic, the founder of the Order of Preachers (the Dominicans), instituted the rosary. Not so. Certain parts of the rosary predated Dominic; others arose only after his death.

Centuries before Dominic, monks had begun to recite all 150 psalms on a regular basis. As time went on, it was felt that the lay brothers, known as the conversi, should have some form of prayer of their own. They were distinct from the choir monks, and a chief distinction was that they were illiterate. Since they couldn’t read the psalms, they couldn’t recite them with the monks. They needed an easily remembered prayer.

The prayer first chosen was the Our Father, and, depending on circumstances, it was said either fifty or a hundred times. These conversi used rosaries to keep count, and the rosaries were known then as Paternosters ("Our Fathers").

In England there arose a craftsmen’s guild of some importance, the members of which made these rosaries. In London you can find a street, named Paternoster Row, which preserves the memory of the area where these craftsmen worked.

The rosaries that originally were used to count Our Fathers came to be used, during the twelfth century, to count Hail Marys—or, more properly, the first half of what we now call the Hail Mary. (The second half was added some time later.)

Both Catholics and non-Catholics, as they learn more about the rosary and make more frequent use of it, come to see how its meditations bring to mind the sweet fragrance not only of the Mother of God, but of Christ himself.

 


Laatst bijgewerkt op ( Thursday 12 March 2009 )
 
Volgende >

© 2017 in de Geest van Gebed
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.